Reactie op evaluatie IARC van nachtwerk als "waarschijnlijk carcinogeen".

2019-07-05

Al langer wordt er onderzoek gedaan naar de invloed van nachtwerk op het krijgen van kanker. De werkgroep ‘night shift work and cancer’ van het International Agency of Cancer Research (IARC) in Lyon concludeerde begin juli in The Lancet Oncology) dat nachtwerk waarschijnlijk, maar niet beslist, kankerverwekkend is voor de mens (groep 2A). Dr. Nina Berentzen, onderzoeker van de Nightingale studie, een cohort studie onder 59.000 Nederlandse verpleegkundigen, plaatst hier een aantal kanttekeningen bij: “We weten dat verstoring van het dag-nacht ritme invloed heeft op verschillende functies in het lichaam. Maar er is nog niet afdoende wetenschappelijk bewijs om te kunnen vaststellen dat er een relatie is met het krijgen van kanker”. Nachtwerk verstoort het normale dag-nacht ritme en wereldwijd doen ongeveer 1 op de 5 werkenden nachtwerk. De werkgroep vindt dat er sterk bewijs is voor het werkingsmechanisme, voldoende bewijs uit dier-studies maar beperkt bewijs uit epidemiologisch onderzoek bij mensen.

“Juist in die vertaalslag van de cel en het dier (muizen, ratten, knaagdieren) naar de mens zit nu het probleem” zegt Berentzen, onderzoeker in het Antoni van Leeuwenhoek. We weten dat sterke verstoring van het dag-nacht ritme invloed heeft op verschillende functies in het lichaam. Zo zijn verminderde afweer, chronische ontstekingen, hogere celdeling, lager melatonine niveau in het bloed, en veranderde werking van klokgenen gevonden na experimentele verstoring van het dag-nacht ritme. Maar we weten niet welke mate van verstoring -4 nachten per maand? vaker? minder vaak? Na hoeveel jaar?- tot deze effecten bij de mens kan leiden, en of dat vervolgens daadwerkelijk leidt tot kanker.
De resultaten bij de mens zijn nog te inconsistent en vertekening (‘bias’) kan nog niet volledig worden uitgesloten. Patiënt-controle onderzoek, waarbij vrouwen met borstkanker worden vergeleken met vrouwen die niet ziek zijn, laat een verband tussen nachtwerk en het risico op borstkanker zien, en dat is nu juist minder betrouwbaar onderzoek. Het is bijvoorbeeld heel lastig om een goed beeld te geven van het nachtwerk dat in het verleden is gedaan. Als patiënten hun vroegere nachtwerk overschatten, of nauwkeuriger schatten dan de gezonde deelnemers kan dat op zichzelf al een verband tussen nachtwerk en borstkanker tot gevolg hebben, terwijl het in werkelijkheid niet hoeft te bestaan. Daarom heeft cohort onderzoek, zoals de Nightingale studie, meer bewijslast. Daarbij wordt eerst het nachtwerk uitgevraagd bij een gezonde onderzoeksgroep, die daarna in de tijd wordt gevolgd om na te gaan wie borstkanker ontwikkelt. En juist bij cohort onderzoek zijn de resultaten tot nu toe wisselend. Berentzen: ‘Kortom, we weten dat een sterke verstoring van het dag-nacht ritme niet gezond is. Maar wat mij betreft zijn we er nog niet uit, dat nachtwerk in de mate waarin dat in Westerse landen gedaan wordt, tot kanker leidt.’

In deze IARC evaluatie zijn nog geen resultaten van de Nightingale studie meegenomen. De Nightingale studie is de enige prospectieve cohort studie in de wereld die zeer gedetailleerde informatie heeft over nachtwerk. De eerste resultaten van de Nightingale studie met betrekking tot nachtwerk en het risico op borstkanker worden begin volgend jaar verwacht, wanneer er voldoende nieuwe patiënten met borstkanker zijn gediagnosticeerd in de onderzoeksgroep om een betekenisvolle conclusie te kunnen trekken.

Disclaimer Lettergrootte 8 Lettergrootte 8 Lettergrootte 8